Swayne’s hartebeest, Ethiopië
- Soort Swayne’s hartebeest (Alcelaphus buselaphus swaynei)
- Land/regio Ethiopië, Senkelle reservaat
- Organisatie Transnature
- Ondersteuning 11.000 euro (2006-2010)
- IUCN Rode Lijst Bedreigd
- Website www.transnature.org
Het Swayne’s hartebeest is een ondersoort van het hartebeest dat leeft in Ethiopië. De soort leeft in relatief kleine kudden die uit ongeveer 30 dieren kunnen bestaan. Door de introductie van de runderziekte genaamd runderpest is de populatie drastisch in aantallen gedaald. Runderpest is in 1880 tijdens de Italiaanse invasie van Ethiopië geïntroduceerd, en veroorzaakte een hoog sterftecijfer onder zowel wilde als gedomesticeerde runderen. Andere oorzaken van de bedreigde status van de soort zijn onder andere concurrentie met gedomesticeerd vee en stroperij. Het Swayne’s hartebeest leeft alleen nog in geïsoleerde gebieden in Ethiopië, onder andere in het Senkelle reservaat en op de Siraro vlakte. Momenteel telt de populatie in het ‘Senkelle Swayne’s Hartebeest Sanctuary’ rond de 700 individuen, dit is de grootste Swayne’s hartebeest populatie ter wereld.
Om uitsterven van het Swayne’s hartebeest te voorkomen, is in 1974 het ‘Senkelle Swayne’s Hartebeest Sanctuary’ (SSHS) opgezet. Het reservaat is het kleinste beschermde gebied in Ethiopië met een oppervlakte van ongeveer 50 km2. Aan het reservaat is een ambitieus beschermingsproject gekoppeld. Door beheer en onderzoek moet de Swayne’s hartebeest populatie zich over de komende jaren stabiliseren. Vanuit een gestabiliseerde populatie kunnen vervolgens dieren overgeplaatst worden naar andere reservaten. Momenteel wordt de bouw van een bezoekerscentrum voorbereid. Het bezoekerscentrum wordt gebouwd in traditionele stijl. Verder wordt gewerkt aan de ontwikkeling van twee mobiele educatieve panelen waarop het gedrag en de ecologie van het Swayne’s hartebeest wordt toegelicht.
De oribi (Ourebia ourebi) is een van de vele andere soorten, waaronder de gevlekte hyena (Crocuta crocuta), luipaard (Panthera pardus) en de jakhals (Canis aureus) die door het project steeds talrijker voorkomen.